Jaap Dieleman

Fantasie in een akte
(Het stuk speelt zich af in een smaakvol gemeubileerde maar zichtbaar weinig gebruikte salon. De stoelen zijn tegen elkaar aangezet rechts op het toneel. Aan de andere kant-duidelijk niet op zijn plek-staat een sofa. Voor op het toneel staat een clubfauteuil. Twee deuren: een achter op het toneel en een vanuit het publiek gezien links.)

Clelia
De echtgenoot
De minnaar

SCENE 1

(de echtgenoot en de minnaar. Beiden rond de dertig en in het zwart)

ECHTGENOOT Het eten was niet slecht.

MINNAAR (duidelijk ermee oneens) Je moet nu eenmaal eten.

ECHTGENOOT De afgelopen uren zullen voor mij onvergetelijk zijn. Zij was niet bij ons, maar de hoop haar terug te zien was genoeg om de eenzaamheid wat te verlichten. (kijkt op zijn horloge) Heb een beetje te snel gegeten, daar heb ik last van. Het leek me dat de tijd sneller voorbij zou gaan als ik haastig at.

MINNAAR (haalt zijn schouders op) Wat jij jezelf allemaal wijs maakt. Daar benijd ik je echt om.

ECHTGENOOT Wijsmaken? Je mag rustig weten dat ik er zeker van ben dat ze zal komen. Ik heb je nog niet alles verteld. Toen ik dat boek had gelezen, ben ik gisteren meteen begonnen met haar op te roepen. Ik zag er reikhalzend naar uit om haar terug te zien. Ik vroeg haar om een voelbaar teken te geven van haar aanwezigheid. Ik smeekte haar: raak mijn arm aan… hier, en ik wees precies de plek aan waar ik wilde dat ze me aan zou raken. Nou… na enkele ogenblikken van intense meditatie kreeg ik precies op die plek toch een oplawaai, waardoor ik bijna mijn evenwicht verloor.

DE MINNAAR Dat soort van spookverhalen kan je elke dag horen.

ECHTGENOOT Spookverhalen? Moet je zien. (ontbloot zijn arm) Zie je wat een klap? Alle kleuren van de regenboog.

[424]

MINNAAR Je zult wel gevallen zijn en je aan een van die overdreven grote meubelen van je hebben gestoten.

ECHTGENOOT Helemaal niet! Ik ben er zeker van.

MINNAAR En die oplawaai, daar heeft ze het bij gelaten? Jullie zijn niet aan de praat geraakt?

ECHTGENOOT Ik durf tegen jou wel eerlijk te zijn; we zijn nu al zo veel jaren bevriend. Ik heb  de geest van mijn vrouw in alle kalmte opgeroepen, maar vast staat dat mijn kalmte te danken was aan mijn overtuiging dat het allemaal vergeefse moeite zou zijn. Toen die niet mis te verstane boodschap mij bereikte dat ze was gekomen… zul je je wel kunnen voorstellen… dat ik bang was. (minnaar schiet in de lach) Lach niet, alsjeblieft!

MINNAAR (buldert van het lachen) Neem me niet kwalijk… duurt maar even. En jouw vrouw… bevond zich, mag ik aannemen rustig in haar graf… maar jij roept haar… ze komt … en jij bent bang. Wat voor indruk moet ze wel niet hebben gekregen van jouw liefde. Even er van uitgaande dat ze geneigd zou zijn geweest om te komen, zal ze dat nu, omdat je haar beledigd hebt, zeker niet nog een keer doen.

ECHTGENOOT Ik denk dat de doden alles begrijpen. Toen ze nog leefde was ze ook als de dood voor spoken. Moet je horen! Ik herinner me maar al te goed dat ik ooit een keer als grapje tegen haar zei dat ik als ik dood was haar zou komen opzoeken. En dat ze bij die gedachte op slag verbleekte. Ze stond erop dat ik haar plechtig beloofde dat ik haar met rust zou laten als ik eerder dan zij dood zou gaan. Dus tegenover haar hoef ik me niet te schamen voor mijn angst. Ze zal het me vergeven. (kijkt voor de tweede keer op zijn horloge en legt het neer) Ik denk dat ik met jou in de buurt niet bang zal zijn. Ik dacht aan jou want ze was voor jou als een zuster.

MINNAAR (droef) Zeker, zeker! Ik zag haar als een zuster. Jammer genoeg kan ik jouw overtuiging niet delen. De doden zijn dood en laten zich nog minder aan ons gelegen liggen dan wij aan hun.

ECHTGENOOT We gaan nu niet in discussie over wat ons straks te wachten staat. Van jou vraag ik alleen dat je serieus blijft. Heb je goed begrepen hoe het in zijn werk gaat?  Over tien minuten [425] gaan we ieder aan een kant van de kamer zitten. We nemen een gemakkelijke positie in alsof we willen gaan slapen maar denken intensief aan haar. Het is niet toegestaan om haar opdrachten te geven. Nee! We denken, we moeten het beleven alsof ze hier is. Ik stel me voor dat ik haar aan mijn hart druk. Stel jij je voor… (de minnaar beluistert hem zeer aandachtig) Stel jij je haar ook maar voor in mijn armen.

MINNAAR Ik heb haar nooit in jouw armen gezien.